Hoe WarmThuis tot stand kwam: ‘er werken gouden meiden’

De één is goed in filosoferen, wil een gedachte verspreiden en kijkt graag de verre verte in; de ander denkt daar in mee en scherpt aan, zodat de samenhang duidelijker wordt en ook de derde denkt in dezelfde richting, maar bekijkt daarbij ook praktische kanten. Ziehier in een notendop ieders rol in de uiteindelijke totstandkoming van WarmThuis. Drie vrienden die elkaar leerden kennen in de verpleeghuiswereld en die alle drie wisten: het moet anders.

Ze hadden een loopbaan achter de rug. Hans Houweling was verpleeghuisarts geweest, gezondheidswetenschapper en verpleegkundige Hugo van Waarde afdelingshoofd in een verpleeghuis en René de Vries directeur van een verzorgingshuis. De drie kwamen regelmatig bij elkaar en altijd bespraken ze hetzelfde onderwerp: hoe kan het beter. Over Hans Houweling, die op 17 november 2017  overleed, zegt Hugo:”Hans was een wereldverbeteraar. Hij wilde gedachtengoed verspreiden en de vraag die ons alle drie bezighield was: hoe haal je het medisch model uit het verpleeghuis. Want het waren – en zijn vaak nog steeds – medische bolwerken.

Wij vonden alle drie dat kleinschaligheid een begin was. Mensen die met elkaar een soort van huishouden vormen, die moeten kunnen doen en laten waar ze zin in hebben. Ook al hebben ze dementie, daarom hoeven ze niet in een gehospitaliseerde omgeving te wonen. Welzijn en kwaliteit van leven zou voorop moeten staan.” En zo filosofeerden we door met zijn drieën,” zo zegt René. “Maar dat doe je gezellig met elkaar drie keer, vier keer, vijf keer, maar je moet echt aan de slag als je verder wilt. Je moet wat laten zién.”

Dus Hugo bouwde de ideeën en gedachten om tot een plan met handen en voeten. Een echt stevig plan. René woont in de Noord-Hollandse polder en zag veel fraaie stolpboerderijen te koop. Zo’n locatie zou prachtig zijn om hun plan te realiseren. Toen hij hoorde dat bij Oterleek een grote boerderij met schuren stond te verpieteren stuurde het drietal het plan op naar de gemeente Schermer met het voorstel op die plek een verpleeginstelling-nieuwe-stijl te realiseren. En – ze waren toch bezig – stuurden ze hetzelfde plan op naar de gemeente Koggenland. In deze landelijke gemeente stonden immers ook veel mooie stolpen te koop.  Begon toen het lange wachten? “Welnee,” zegt Hugo, “we hadden meteen beet én ongelooflijke mazzel. Koggenland nodigde ons uit voor een gesprek en bood een locatie aan in Zuidermeer. We hadden stiekem wel onze bedenkingen. Zo’n klein en onbekend dorp. Komen daar gegadigden op af?  We weten intussen dat dat geen probleem is.”

Natuurlijk waren er veel hobbels te nemen. De verbouwing van de boerderij, de indeling van de woningen, de bouw, de financiering, de samenwerking met de woningcorporatie. Het was pionieren, want een instelling als deze bestond nog niet. Hier en daar moest wel wat water bij de wijn, maar een aantal zaken werd heilig verklaard. Zo vond het drietal dat deze wijze van wonen voor mensen met dementie voor iedereen toegankelijk moet zijn en niet alleen voor de gelukkigen met dikke beurzen. Vandaar de samenwerking met woningcorporaties. René, de financiële man:”De indeling is wat sober, daar hikten we wat tegenaan, maar het moest wel betaald kunnen worden. De corporatie die de bouw realiseerde, moest het wel kunnen neerzetten voor een prijs die haalbaar was. Anders is het snel gebeurd met de mooie plannen.” De bouw, de locatie, de financiering, allemaal tijd-en energieslurpende zaken. En daar kwam het belangrijkste nog bij: het in praktijk brengen van de visie. Ook daarover werden wel wat noten gekraakt. Hugo: “Voor ons alle drie stond vast dat het geen verpleeghuis mocht worden. Geen afgesloten ruimtes, vrijheid  en vooral een betekenisvolle pek voor iedereen, dus ook voor de medewerkers.”

Inmiddels meldde ook Oterleek zich. En ook daar kwam een locatie tot stand. Toen Klein Suydermeer ‘stond’, kwam De Hulst er achteraan en opende een jaar later, in 2011. Hans Houweling legde alle huisbezoeken af aan belangstellende bewoners en hun familie. Medewerkers werden geworven en geschoold om te gaan werken volgens de visie. Dat is in een zin gezegd, maar het zal duidelijk zijn dat heel wat besprekingen, energie en honderden uren tijd in ging zitten. “En ook hobbels, moeilijke gesprekken, ergernissen en soms lastige knopen doorhakken,” beamen Hugo en René. Hoe kijken ze nu naar WarmThuis? Tevreden? “Natuurlijk,” zeggen ze, “maar dat is een deel van het verhaal.  Je moet niet stil blijven staan. Een visie is geen statisch begrip, je moet blijven doorontwikkelen.” Dat gebeurt ook door middel van voortdurende bijscholing van de verzorgenden en het levend houden van de visie, waarin welzijn een steeds duidelijker plek inneemt. “Daardoor werkt hier het creme de la creme,” zegt Hugo. Koorddansers die balanceren tussen de bewoners, de groep, de familie.” René beaamt volmondig: “Gouden meiden”.